Leraar Daniël Vermeer kijkt naar zijn klas van achttien leerlingen en voelt de spanning in zijn schouders. “Vroeger had ik twaalf leerlingen,” vertelt hij tijdens de pauze. “Nu zijn het er achttien, en elk van hen heeft intensieve begeleiding nodig.”
Het is een verhaal dat zich afspeelt in praktijkonderwijsscholen door heel Nederland. Waar docenten vroeger kleinere groepen hadden om individuele aandacht te geven, zitten klassen nu bomvol. En dat terwijl deze leerlingen juist extra ondersteuning nodig hebben.
De realiteit is hard: het praktijkonderwijs groeit explosief, maar het aantal docenten blijft achter. Het resultaat? Leraren die hun werk nauwelijks aankunnen en leerlingen die niet de begeleiding krijgen die ze verdienen.
Waarom stromen steeds meer leerlingen door naar het praktijkonderwijs?
Het praktijkonderwijs was oorspronkelijk bedoeld voor leerlingen die door verschillende redenen niet geschikt zijn voor regulier voortgezet onderwijs. Denk aan jongeren met leermoeilijkheden, gedragsproblemen of een verstandelijke beperking.
Maar de laatste jaren zien we een opvallende trend. Steeds meer leerlingen die eigenlijk wel geschikt zouden zijn voor vmbo-onderwijs, belanden toch in het praktijkonderwijs. De redenen zijn divers:
- Toenemende werkdruk op het vmbo zorgt voor minder individuele aandacht
- Meer leerlingen krijgen diagnoses zoals ADHD of autisme
- Ouders kiezen bewust voor praktijkonderwijs vanwege de kleinere klassen
- Scholen adviseren sneller praktijkonderwijs bij gedragsproblemen
- De maatschappelijke druk om te presteren wordt steeds groter
“We zien leerlingen die vroeger gewoon naar het vmbo gingen, nu bij ons in de klas zitten. Dat is niet per se verkeerd, maar het vergroot wel onze groepen enorm.”
— Marieke de Jong, PraktijkonderwijsdocentAlso Read
Familie ontvangt 80 jaar oud trouwalbum terug dankzij kringloopwinkel ontdekking
Het gevolg is dat praktijkonderwijsscholen overspoeld worden met aanmeldingen. Waar ze vroeger 200 leerlingen hadden, zitten er nu soms wel 400. De capaciteit kan deze groei nauwelijks bijbenen.
De concrete gevolgen voor leraren en leerlingen
De cijfers liegen er niet om. Een overzicht van de situatie op Nederlandse praktijkonderwijsscholen:
| Jaar | Gemiddelde klasgrootte | Aantal leerlingen landelijk | Werkdruk leraren (schaal 1-10) |
| 2018 | 12 leerlingen | 58.000 | 6,2 |
| 2020 | 15 leerlingen | 67.000 | 7,1 |
| 2023 | 18 leerlingen | 78.000 | 8,4 |
Deze toename heeft directe gevolgen voor het dagelijks werk van docenten:
- Minder tijd per leerling voor individuele begeleiding
- Meer administratieve taken door grotere groepen
- Verhoogde stress door complexere klassituaties
- Moeilijkere ouderavonden met meer gesprekken
- Langere werkdagen om alle taken af te krijgen
“Ik werk nu gemiddeld 55 uur per week, terwijl mijn contract 40 uur is. Maar als ik niet die extra tijd investeer, krijgen mijn leerlingen niet wat ze nodig hebben.”
— Rob Hendriks, Vakdocent praktijkonderwijs
Wat betekent dit voor de kwaliteit van onderwijs?
Het praktijkonderwijs staat bekend om zijn persoonlijke aanpak. Leerlingen krijgen onderwijs op maat, met veel aandacht voor hun individuele behoeften. Maar die kwaliteit komt onder druk te staan.
Docenten moeten steeds meer leerlingen begeleiden, terwijl elk van hen intensieve zorg nodig heeft. Sommige leerlingen hebben bijvoorbeeld moeite met concentratie, anderen worstelen met gedragsproblemen. Weer anderen hebben simpelweg meer tijd nodig om lesstof te begrijpen.
In een klas van achttien leerlingen wordt het bijna onmogelijk om iedereen de aandacht te geven die nodig is. Docenten voelen zich gefrustreerd omdat ze hun werk niet meer naar behoren kunnen doen.
“Je ziet leerlingen die hulp nodig hebben, maar je hebt gewoon de tijd niet. Dat doet pijn als docent.”
— Linda Bakker, Praktijkonderwijsleraar
Ook leerlingen merken het verschil. Waar ze vroeger veel persoonlijke aandacht kregen, moeten ze nu vaker wachten op hulp. De sfeer in de klas wordt onrustiger omdat docenten minder tijd hebben om problemen vroegtijdig op te pakken.
Oplossingen zijn er, maar kosten geld
Scholen zoeken creatieve oplossingen voor het probleem. Sommige scholen werken met onderwijsassistenten die docenten ondersteunen. Andere investeren in digitale leermiddelen waarmee leerlingen zelfstandiger kunnen werken.
Maar de meest voor de hand liggende oplossing is ook de duurste: meer docenten aannemen. Het probleem is dat er landelijk een tekort is aan gekwalificeerde praktijkonderwijsdocenten. De werkdruk en het salaris maken het beroep niet altijd aantrekkelijk.
Daarnaast krijgen praktijkonderwijsscholen hun financiering per leerling. Meer leerlingen betekent dus meer geld, maar die extra middelen zijn vaak niet genoeg om evenredig meer personeel aan te nemen.
“We zouden graag kleinere klassen willen, maar we kunnen simpelweg niet genoeg goede docenten vinden. En de docenten die we hebben, zijn al overbelast.”
— Peter van der Meer, Schooldirecteur praktijkonderwijs
Sommige scholen overwegen daarom om leerlingen te weigeren, ook al hebben ze recht op een plek. Het is een moeilijke afweging tussen toegankelijkheid en kwaliteit.
De toekomst van het praktijkonderwijs
Experts verwachten dat de instroom naar het praktijkonderwijs de komende jaren verder zal groeien. De maatschappij wordt complexer, en steeds meer jongeren hebben moeite om mee te komen in het reguliere onderwijs.
Tegelijkertijd groeit de erkenning dat praktijkonderwijs waardevol is. Werkgevers waarderen de praktijkgerichte vaardigheden die leerlingen er opdoen. Maar alleen als de kwaliteit gewaarborgd blijft.
De komende jaren worden cruciaal. Of het praktijkonderwijs zijn persoonlijke karakter kan behouden, hangt af van de keuzes die nu gemaakt worden. Meer investering in personeel en kleinere klassen zijn noodzakelijk om de kwaliteit te waarborgen.
Voor docenten zoals Daniël Vermeer is duidelijk wat er moet gebeuren: “We doen dit werk omdat we van deze leerlingen houden. Maar we hebben hulp nodig om ze te geven wat ze verdienen.”
Veelgestelde vragen
Waarom kiezen steeds meer leerlingen voor praktijkonderwijs?
Door toenemende werkdruk in het reguliere voortgezet onderwijs en meer diagnoses bij leerlingen stromen er meer jongeren door naar het praktijkonderwijs.
Hoeveel leerlingen zitten er gemiddeld in een praktijkonderwijsklas?
Momenteel zitten er gemiddeld 18 leerlingen in een klas, terwijl dit vroeger 12 leerlingen waren.
Wat zijn de gevolgen voor docenten?
Docenten ervaren een hogere werkdruk, werken meer uren en hebben minder tijd voor individuele begeleiding van leerlingen.
Kunnen scholen leerlingen weigeren?
Juridisch hebben leerlingen recht op een plek in het praktijkonderwijs, maar sommige scholen overwegen dit vanwege capaciteitsproblemen.
Wat zijn mogelijke oplossingen?
Meer docenten aannemen, onderwijsassistenten inzetten en investeren in digitale leermiddelen kunnen helpen, maar dit kost geld.
Gaat de instroom verder groeien?
Experts verwachten dat de instroom naar het praktijkonderwijs de komende jaren verder zal toenemen door maatschappelijke ontwikkelingen.